1942-1957

1942 	Opel produceert nu ook de motoren voor de Junkers JU 88, de
	bommerwerpers van de Luftwaffe. 1943 Ook de fameuze Messerschmitts ME 262
        worden voorzien van motoren die door Opel worden gebouwd. Bij General Motor
	in Amerika worden motoren gebouwd voor de vliegtuigen van de geallieerden.

1944 	Opel Blitz- vrachtwagens vervoeren de Wehrmacht tijdens het Ardennen-offensief.

1945 	Ongeveer de helft van de fabriek wordt met de grond gelijk gemaakt door
	de geallieerden. Toch werd een begin gemaakt om als een Phoenix uit de
	as te herrijzen. Materiaal was er nauwelijks en er was geen overleg
	mogelijk met General Motors in Amerika.

1946 	Met veel moeite bouwt Opel 839 vrachtwagens. Toch zijn er eind '46 al
	weer 6000 mensen aan het werk. Personenwagens zijn nog niet aan de
	beurt. De Russen hebben de tekeningen van de Kadett meegenomen. Die
	blijken later gebruikt te zijn voor de Moskvitch.

1947 	General Motors krijgt nog een flink portie kritiek te verduren over de rol
	van Opel in de tweede Wereldoorlog, maar ondertussen rollen de eerste
	personenwagens weer van de band, waaronder de Opel Olympia. Aan het
	eind van het jaar kan de balans worden opgemaakt: er zijn iets meer dan
	3200 auto's gebouwd.

1948 	De contacten met General Motors worden weer hersteld. Merkwaardig
	genoeg bleven Amerikanen wel lid van de Raad van Bestuur van Opel, 
        maar was er geen contact met de Amerikanen. De Kapitän van voor de
	oorlog wordt weer in productie genomen.

1949 	De productie neemt voorzichtig in omvang toe. Opel reorganiseert de
	importeurs in alle Europese landen. Een enorme groei in de jaren vijftig
	ligt in het verschiet.

1950	Opel begint weer op dreef te komen. Niet minder dan 72.000
	automobielen lopen van de band en het bedrijf begint weer op kracht te
	komen. Grotere aantallen liggen in het verschiet. De nieuwe na- oorlogse
	Olympia wordt geïntroduceerd.

1951 	De Olympia krijgt een stuurversnelling met een gesynchroniseerde
	tweede en derde versnelling. De 1,5 liter motor levert 37 PK. De auto kost
	6150 Mark. Er worden er 87.181 verkocht.

1952 	Nog steeds wordt er hard gewerkt om de oorlogsellende te vergeten.
	Bijna alle sporen zijn "uitgewist". De dagproductie wordt opgedreven van
	1000 naar 1500 automobielen.

1953	Met 105.792 auto's in één jaar tijd is Opel aardig op dreef om alle
	concurrenten achter zich te laten. En nog streeft Opel naar een hogere
	productie. De Olympia wordt vervangen door de Rekord. De Kapitän
	krijgt een forse facelift. 1954 Alle fabrieken van Opel die hebben
        geleden onder de oorlog zijn weer geheel herbouwd en waar nodig gemoderniseerd.
        Het verleden kan definitief in de geschiedenisboekjes.

1955 	Opel bouwt 207.000 auto's. De verhogingen lijken geen grens te kennen.
	En alle auto's vinden betrekkelijk gemakkelijk een eigenaar.

1956 	Alle modellen worden in detail gewijzigd, maar schokkende
	vernieuwingen levert dat niet op. Op 9 november verlaat de
	tweemiljoenste Opel de fabriek: een Kapitän.

1957 	Het personeelsbestand is in '57 opgelopen tot zo'n 30.000 mensen. Het
	streven van Opel is om met steeds minder mensen méér auto's te
	kunnen produceren. Maar méér auto's betekent per saldo toch ook méér mensen.

Volgende